Ikzelf

Suzanne van Norden

Ik werk als pabodocent en freelance consulent/trainer in het basisonderwijs. Na veel jaren werken in de praktijk van basisschoolklassen, heb ik steeds meer zicht op hoe kinderen taal leren gebruiken als middel om de wereld te begrijpen, zich te handhaven in de maatschappij en zich doeltreffend uit te drukken in allerlei situaties. De benadering van taal als middel en niet als doel van onderwijs vind ik nog steeds het beste uitgangspunt voor taalonderwijs in alle onderwijssectoren.

De werkwijze van taalvorming, die ik mee heb ontwikkeld in vele jaren werk bij de Stichting Taalvorming in Amsterdam, is daarbij ijzersterk gebleken: beginnen met betrokken vertellen over allerlei eigen ervaringen, en van daaruit schriftelijke en taalbeschouwende vaardigheden opbouwen. Vertellen is de basistaalvaardigheid van ieder mens. Lezen en schrijven komen eruit voort. Schriftelijke taal is weer de belangrijkste bron van schoolse kennisopbouw. De laatste jaren heb ik mij vooral beziggehouden met de verbetering van schrijfdidactiek in het basisonderwijs.

Ik heb daarbij in de afgelopen tien jaar een grote omslag gemaakt in mijn denken over onderwijs. In de jaren zeventig en tachtig was het sociaal-constructivisme de algemeen aangehangen filosofie in het onderwijs. Werken vanuit kinderen en niet vanuit vaste programma’s was het idee, en de leerkracht diende zich begeleidend op te stellen. De werkwijze van taalvorming maakte dit beeld waar: de ervaringen van de kinderen waren altijd het uitgangspunt, en de leerkracht leerde dit te versterken en kinderen de gelegenheid te geven er op hun eigen manier over te vertellen en te schrijven.

Op het gebied van schrijven leidde dat tot plezier en motivatie, maar te weinig tot vooruitgang in schrijfvaardigheid. Ik ben me gaan realiseren dat beginnende schrijvers leren door voorbeelden en dat juist de minder (Nederlands) taalvaardige kinderen behoefte hebben aan instructie en gerichte hulpstapjes. Leerkrachten moeten daarbij scherp hebben aan welke schrijfdoelen ze willen werken. De genretheorie en de bijbehorende didactiek van ‘scaffolding’ geven hiervoor veel bruikbare instrumenten, die ik in de praktijk ben gaan uitproberen.

De motivatie van kinderen voor schrijven wil ik daarbij niet verliezen. In mijn laatste boek maak ik een verbinding tussen de vrijheid en het plezier van de taalronde en vormen van doelgerichte instructie bij schrijftaken. Ik zie steeds meer voorbeelden van hoe het in de praktijk lukt om plezier en vooruitgang te laten samengaan.