Coronaschrijven week 5

 

Vorige week heb ik de suggestie gedaan om kinderen mondeling over een voorwerp te laten vertellen en dit in de vorm van een 1-minuut-filmpje op te sturen naar hun juf of meester, die dit op een schoolplatform kan plaatsen zodat het voor anderen zichtbaar is. Zo kunnen kinderen misschien toch op afstand iets aan elkaar vertellen en daarnaar luisteren, ter voorbereiding van een schrijfopdracht. Deze week wil ik doorgaan op deze ‘multimodale’ aanpak, door het bekijken van een filmpje te koppelen aan een praat-, een lees-, een teken- en een schrijfopdracht.

Wat is multimodaal werken? In mijn ogen: een interessant onderwerp bij de kop pakken, en hierover iets bekijken of beluisteren, erover praten, erover lezen, erover tekenen, erover schrijven. Je ontwerpt op die manier een cluster van activiteiten rondom het onderwerp. Daarbij probeer je de opdrachten zo vorm te geven dat leerlingen nauwkeurig en doelgericht kijken, luisteren, lezen en schrijven. Ze gaan nadenken, verschillende informatiebronnen en communicatievormen met elkaar in verband brengen, en actief taal gebruiken. Dat past bij het diagram over multimodale geletterdheid dat ik in een eerdere blog al presenteerde:

Bron afbeelding: Walsh, M. (2010). Multimodal literacy: What does it mean for classroom practice? In: Australian Journal of Language and Literacy, Vol 33 nr 3, pp 211-239, January 2010

Het diagram laat zien hoe kinderen hun multimodale geletterdheid ontwikkelen door doelgericht te werken met verschillende typen tekst: gedrukt, gesproken, digitaal, multi-mediaal (bestaande uit meerdere media zoals tekst,(film)beeld, geluid). En dat is ook wat ze zullen moeten leren in deze tijd.

Het lijkt mij de moeite waard om te bekijken of kinderen ook zonder begeleiding van hun juf of meester tot nadenken en rijk taalgebruik kunnen worden aangezet. Wat gebeurt er als kinderen een kijkopdracht, een luister/leesopdracht, een tekenopdracht en een schrijfopdracht met elkaar verbinden? En als ze daarbij zowel online als offline kunnen werken? Inmiddels hebben ze misschien al genoeg gekregen van thuis oefeningen maken uit het taalboek. Zouden we kunnen beginnen met hun interesse te wekken in een onderwerp, en ze daarbij stiekem aan het kijken, lezen, praten, tekenen en schrijven krijgen? Zou dat ook kunnen werken bij die kinderen die van huis uit weinig steun krijgen?

Ik geef weer voorbeelden voor de verschillende leeftijdsgroepen. Het onderwerp is deze keer: insecten. Daarbij zoom/zoem ik in op bijen.

Start is steeds het bekijken van een filmpje. Eventueel aangevuld met observaties van bijen in de eigen omgeving, als dat mogelijk is. Daarna volgt een reeksje andere opdrachten, gericht op praten, luisteren, lezen, schrijven in samenhang.

 Deelonderwerpen:

Groep 1-3: wat is een bij en wat doet hij?

Groep 4-6: verschillende soorten bijen

Groep 6-8: waarom bijen belangrijk voor ons zijn

NB sommige onderwerpen kunnen (met aangepaste opdrachten) ook voor een andere bouw interessant zijn.

Hierna een toelichting bij deze opdrachten. De uitwerking plus hulpmiddelen vind je weer via de link naar de categorie schrijfopdrachten van deze website.

Groep 1-3: wat is een bij en wat doet hij?

Kijken en praten

Filmpje:

  • Bekijk samen met iemand dit filmpje, zonder geluid. Kijk heel goed naar wat de bij doet en praat er samen over, wat denk je dat hij doet en wat zie je?
  • Bekijk het filmpje nu met geluid. Luister goed. Klopt het wat jullie dachten? Wat wist je nog niet?

Plaatjes bekijken samen met iemand op deze website:

Nederlands soortenregister

Klik op enkele bijenfoto’s op deze en volgende pagina’s en bekijk ze goed. Praat er samen met iemand over. Welke vind je heel mooi, welke vind je eng? Laat iemand de namen aan je voorlezen en probeer ze na te zeggen.

Tekenen en schrijven

  • Teken in het kader wat een bij vaak doet, [of: waar jij weleens een bij hebt gezien]
  • Vertel aan een huisgenoot wat een bij doet, [of: wat gebeurde er toen jij die bij zag]
  • De huisgenoot schrijft je tekst bij de tekening.
  • Stuur je taaltekening naar je juf of meester.

Groep 4-6: verschillende soorten bijen

Bron afbeelding: https://www.nederlandsesoorten.nl

Kijken en praten

Bekijk samen met iemand twee filmpjes:

  1. https://www.youtube.com/watch?v=GNV44ZbpkK
  2. https://schooltv.nl/video/hommels-een-grote-harige-bij/

Wat zie je de bij doen in filmpje 1 en in filmpje 2?

Wat is anders, wat is hetzelfde?

Stop steeds het filmpje door de pauzeknop aan te klikken, zodat je even goed kunt kijken en erover praten met iemand anders.

Kijken en tekenen

Bekijk deze website met foto’s van bijen. Door op een foto te klikken zie je de foto in het groot.  Je kunt onderaan de pagina op een nummertje klikken om de volgende pagina met foto’s te zien. Er zijn er heel veel, dus niet alles bekijken!

Kies drie bijensoorten uit waarvan je de naam het leukst vindt.

Teken ze zo precies mogelijk na in de vakjes. Zet de namen eronder.

Kijken en schrijven

Maak samen met een huisgenoot een tabel van kenmerken van deze drie bijensoorten. Bovenaan elke kolom schrijf je de naam van de soort, daaronder zoveel mogelijk kenmerken.

Naam bij 1: Naam bij 2: Naam bij 3:
 

 

 

 

Bespreek met iemand: wat lijkt op elkaar, wat is anders aan elke bij?

Lezen

Lees samen met iemand deze tekst over de verschillen tussen een hommel en een bij. Voorlezen en luisteren mag ook.

Wat lijkt op elkaar bij een hommel en een bij, wat is anders?

 Schrijven

Schrijf een tekst over de verschillen tussen de drie bijensoorten die je al hebt getekend. Doe het net zo als in de tekst die je net hebt gelezen. Je kunt beginnen met de zin:

Deze bijen lijken echt op elkaar, maar er zijn duidelijke verschillen.

Daarna noem je de verschillen op. Gebruik bij het schrijven de tabel die je hebt ingevuld.

Plak de tekst onder de tekeningen.

Nog een keer kijken

Bekijk nog eens de twee filmpjes waar je mee begon. Zie je in deze filmpjes ook verschillende bijen? Wat zijn de verschillen?

Kan je deze bijen terugvinden in het Nederlands soortenregister? Kijk samen met iemand of het lukt om ze te vinden. Wat is lastig bij het zoeken?

Stuur je tekst met tekeningen naar je juf of meester.

Groep 6-8: waarom bijen belangrijk voor ons zijn

Bron afbeelding: https://bijenclub.com/imker-kennisbank/veel-gestelde-vragen/hoe-verzamelen-bijen-stuifmeel/

Kijken en praten

  1. Filmpje 1

Kijk goed naar dit filmpje. Wat doet de bij volgens jou?

  1. Filmpje 2

Zie je op dit filmpje hoe de bij het stuifmeel vervoert? Stuifmeel is: kleine gele korreltjes die op bloemen zitten. Kijk goed en zet af en toe het beeld stil om dit heel goed te kunnen zien. Schrijf op hoe je denkt dat de bij dit doet.

Lezen en denken

Lees drie teksten over bestuiving.

  1. http://www.hetkleineloo.nl/artikel/171/
  2. https://natuurwijzer.naturalis.nl/leerobjecten/handig-bepakte-bijen
  3. https://bijenclub.com/imker-kennisbank/veel-gestelde-vragen/hoe-verzamelen-bijen-stuifmeel/

Weet je nu wat een bij doet met stuifmeel en waarom? Wat is volgens jou bestuiving? Praat er even over met iemand. Beantwoord deze vragen op werkblad 1.

Vergelijk de teksten:

Wat lees je in tekst 1 over het vervoeren van stuifmeel, wat in tekst 2 en wat in tekst 3?

Kijken en schrijven

Bekijk filmpje 3:  Bijen in de knel.

Schrijf een tekst waarin je uitlegt waarom bijen belangrijk voor ons zijn. Gebruik wat je in het filmpje hebt gezien en gehoord, en wat je eerder in de teksten hebt gelezen. Kijk daarvoor eventueel het filmpje nog een keer. Schrijf de tekst op werkblad 2.

Schrijf je tekst in drie stukjes:

  1. wat een bij precies doet met stuifmeel en waarom
  2. waarom het belangrijk is voor ons dat bijen stuifmeel vervoeren
  3. hoe het komt dat er te weinig bijen zijn en wat we eraan kunnen doen

Stuur deze tekst naar je juf of meester.

Link naar de schrijfopdrachten

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.