
Als kind vond ik niets leuker dan het invullen van formulieren. In predigitale kranten en blaadjes kon je die vaak vinden, meestal moest je je naam en adres en nog andere gegevens invullen en dan uitknippen en ergens heen sturen. Dat laatste deed ik dan niet, slechts het invullen vond ik een fijn werkje. Ik denk zomaar dat kinderen van nu dat ook nog leuk vinden om te doen. Ze krijgen er op school volop de gelegenheid voor, omdat methodes veel met werkbladen werken waarop van alles ingevuld moet worden (dat had ik dan weer niet op school, daar hadden we alleen schriften). En ook toetsen zijn een soort invuloefeningen geworden waarbij het juiste hokje aangekruist of het juiste woord ingevuld moet worden. Al dat invullen kan handig zijn om bepaalde vormen van kennis te demonstreren. Maar het werkt volgens mij niet goed voor de ontwikkeling van schrijfvaardigheid.

Invullen is iets anders dan schrijven. Ook als je ‘eigen woorden’, ideeën of feitenkennis moet invullen. Op de een of andere manier maken werkbladen en invulformulieren nadenken overbodig. Iemand heeft al voor jou bedacht uit welke onderdelen je tekst moet bestaan, welke vragen je jezelf moet stellen en welke inhoud relevant is, en hiervan duidelijke en fleurige boxjes gemaakt op een vaak versierd werkblad. Je hoeft niet meer zelf na te denken over wat je nu eigenlijk bedoelt en hoe je dat het beste kunt verwoorden. En dat is nu juist wat we kinderen willen leren in goed schrijfonderwijs: zelf pogingen doen om te verwoorden wat ze bedoelen, en dat bij te stellen als het nog niet goed is. Werkbladen zoals je ze in veel methodes vindt nemen dat denkproces van kinderen over. Kinderen denken niet verder dan het antwoord op de vraag die boven de stippellijntjes staat en gaan lekker invullen. Klaar juf! Wat moet ik nu doen?

Dit is natuurlijk allemaal weer iets te sterk gezegd. Kinderen zijn beginnende schrijvers met een beperkt werkgeheugen en soms nog te weinig ervaring met teksten, kan een werkblad dan geen handig opstapje zijn, een zogenoemde ‘scaffold’? Tja, dat kan inderdaad, maar daar is wel wat meer voor nodig dan het uitdelen van werkbladen. Je zou bijvoorbeeld eerst met kinderen kunnen praten over de inhoud van een te schrijven tekst, de bedoeling ervan, wat er zeker in moet komen en hoe je dat kunt aanpakken. Eventueel gevolgd door samen voorbeelden bekijken van teksten met een vergelijkbare bedoeling en mogelijke opbouw. In zo’n setting kan het handig zijn als voorafgaand aan het schrijven gewerkt wordt met een soort afgesproken structuurschema, waarin je kort noteert wat je in je tekst wilt gaan opnemen en in welke volgorde, of met een ‘schrijfkader’, bijvoorbeeld voor een verslag van een proefje, waarin ook de juiste vaktaalformuleringen (‘observaties’) worden aangeboden, bijvoorbeeld zoals hier:

Als je werkbladen inzet als tussenstap in het schrijfproces, kunnen ze wel degelijk ondersteunend zijn voor beginnende schrijvers. Ze moeten dan aansluiten bij het schrijfdoel dat een leerkracht samen met de kinderen heeft vastgesteld, en bij de daarbij horende succescriteria. Een tussenstap betekent dat het schrijven van een hele tekst het doel is, en niet het invullen van het werkblad. Eigenlijk is ‘werkblad’ dan ook geen goede term, en kan je misschien beter spreken van ‘schrijfkader’, ‘hulpmiddel’ of ‘denkblad’. En je moet zo’n blad eigenlijk zelf maken, toegesneden op wat je wilt met je schrijvende kinderen.
In de praktijk zie ik vaak dat werkbladen uit methodes niet functioneren als ondersteuning bij schrijven. Wat me daarbij het meest opvalt, is dat werkbladen leerkrachten in de problemen brengen. Een bovenbouwleerkracht die in haar groep al enkele weken bezig was met het broeikaseffect wilde daarover laten schrijven, maar had veel moeite om te begrijpen hoe ze daarvoor volgens de methode een bijbehorend werkblad moest gebruiken. Er viel wel van alles op in te vullen, maar het leek meer een toets dan een schrijfopdracht, en een echte tekst kwam er eigenlijk niet uit voort. Moest ze de kinderen met hun enthousiasme voor het onderwerp dit werkblad in sturen en waarom eigenlijk? Het maakte de schrijfles voor haarzelf moeilijker in plaats van makkelijker – ze wist niet op welke manier ze er instructie aan kon koppelen en hoe ze kinderen kon uitleggen waarom ze dit moesten doen. Niet gek dat ze na een tijdje dacht: weg ermee, ik bedenk zelf wel een les!

Achter dit verhaal zit een algemene en veelvoorkomende onderwijskwestie, namelijk dat iets doen niet hetzelfde is als iets leren (zie hier mijn blog hierover). ‘The illusion of performance’, heet dat in dit artikel. Citaat: ‘Performance requires very little cognitive processing, and this minimal processing is shallow.’ Ik herken dit soms in de manier waarop kinderen (en hun leerkrachten) omgaan met werkbladen. Het is niet zozeer dat die helemaal nergens toe leiden, maar waartoe precies is lastig onder woorden te brengen. Weinig en oppervlakkige cognitieve verwerking, ja zoiets moet het zijn. Als we willen bouwen aan de schrijfvaardigheid van kinderen, kunnen we ons beter richten op de vraag hoe we schrijven kunnen benutten als middel om ze aan het denken te zetten dan op het plichtmatig beantwoorden van vragen, het afvinken van lijstjes of het invullen van kaders met stippellijntjes.
Zelf een schrijfopdracht ontwerpen in een bij de inhoud passend genre, eerst veel praten over die inhoud, vervolgens concrete instructie en voorbeelden geven voor hoe kinderen het schrijven kunnen aanpakken, en ja misschien helpt het dan ook om eerst een schemaatje in te vullen of lijstjes te maken van deelonderwerpen.

Ook het spanningsverloop in een verhaal kan eerst worden weergegeven in een schema. Dat zou je eerst samen kunnen invullen voor een gelezen verhaal, en vervolgens voor een zelf te schrijven verhaal met spanningsopbouw:

En dan zou je kunnen werken met steeds terugkerende schrijfkaders/structuurschema’s/denkbladen, hoe je ze ook wilt noemen, voor herhaald schrijven in een genre. Leren is niet steeds iets nieuws (of leuks) doen. Leren is transfereren, terugkerend hetzelfde doen, toepassen en aanvullen in steeds nieuwe situaties. Dat geldt zeker voor schrijven.



Geef een reactie